Over de ransuil

RansuilDe Ransuil is iets kleiner (36 cm) en slanker dan de Bosuil. De uilen hebben lange, vaak steil omhoog gerichte oorpluimen en oranjegele ogen. De bovendelen van het verenpak zijn roestgeel met grijsbruine spikkels. Aan de onderkant is de uil iets lichter gekleurd en heeft hij brede, donkere lengtestrepen. De staart is roestkleurig en heeft 6 tot 8 donkere dwarsbanden. Het gemiddelde gewicht van een mannetje bedraagt 250 gram en van een vrouwtje 300 gram.

De Ransuil bewoont in de winter bijna onopvallend groenblijvende bomen. Met grote aantallen, soms wel tot 20 exemplaren, en de boomstam imiterend, kan men ze vinden in oa spar, hulst, of thuja. Af en toe kan men ze vinden in een kale loofboom, zoals een treurwilg.

Geluidsherkenning

Het geluid van de Ransuil is al even onopvallend. Het mannetje stoot met regelmatige tussenpozen een korte "hoe"-roep uit, die soms wel een kilometer ver te horen is. Gedurende de balts antwoordt het vrouwtje met op "uu" eindigend brommen, dat enigszins lijkt op een speelgoedtrompet. Als ze boos zijn, roepen beide geslachten blaffend "weg-weg-weg". Jongen janken met een hoog, op het schreeuwen van een ree lijkend "fie". Daarnaast klapt het mannetje tijdens de baltsvluchten in de buurt van de broedplaats luid met zijn vleugels.

Hieronder kunt u geluidsfragmenten van Ransuilen beluisteren:

Man:

Vrouw:

Jong:

Volwassen jong:

Broedtijd

Laat in de winter, meestal in februari, begint de voortplantingstijd. In stille nachten kan men dan de doffe zang van het mannetje horen. Als broedplaats dienen vaak verlaten kraaien-, of eksternesten in bomen of heggen. Gewoonlijk worden er 3-5 eieren gelegd, met tussenpozen van 2 dagen. Het broeden begint meteen als het eerste ei is gelegd.
De broedtijd duurt 27 of 28 dagen.

RansuilTakkelingen

De pas uitgekomen jongen hebben een wit donskleed, het "wollige" tussenkleed is licht grijsbruin met "verschoten" donkere tekeningen en een donker gezicht. Na 3 à 4 weken verlaten de jongen het nest en klimmen in de takken rond, vandaar de naam takkelingen. Pas met 5 weken zijn ze vliegvlug. Ze worden nog 4 à 5 weken door de ouders verzorgd.

Nachtjager

De Ransuil is 's nachts actief en jaagt zowel vanuit een uitkijkpost als in de vlucht. Zijn voornaamste prooi wordt gevormd door kleine woelmuizen, vooral veldmuizen. Daarnaast vangt hij ook bij schaarste, kleine gewervelde dieren, oa de Huismus.

Bedreiging

Sinds de zeventiger jaren is de populatie behoorlijk teruggelopen. De Ransuil staat op de rode lijst. Verkeersslachtoffers, gebrek aan nestgelegenheid en predatie zijn de belangrijkste oorzaken. De jaarlijkse aantalschommelingen kunnen groot zijn, maar die hangen nauw samen met de stand van de veldmuis. Op plaatsen die geschikt zijn voor Ransuilen, maar waar geen natuurlijke nesten aanwezig zijn, kan men eventueel kunstnesten aanbrengen. Dat kan een “natuurlijk” nest zijn in de vorm van een nagemaakt kraaiennest of een bodem van een mand, die in de boom kan worden geplaatst.

voorpagina02Braakballen

Naast het tellen van de uilen worden ook braakballen verzameld en onder deskundige leiding door vrijwilligers uitgeplozen en gedetermineerd, het is de bedoeling dit gezamenlijk aan het eind van het seizoen te gaan doen. Braakballen zijn alle onverteerbare delen van hun prooi die het lichaam worden uitgewerkt voordat het spijsverteringskanaal erdoor verstopt raakt. Onder roestplaatsen kan soms een hele stapel van zulke harige ballen worden aangetroffen. Zo krijgen we waardevolle informatie over het voedsel van de Ransuil waarbij we later jaartrends en regionale verschillen kunnen vaststellen en b.v. een vergelijking met Kerkuilen kunnen maken.

 

Auteur: Henk de Lange, Avifauna Groningen